donderdag 21 september 2017

Energie

In het kader van meten is weten houd ik tegenwoordig wat meer zaken in Apple Health bij dan voorheen. Ooit telde dat ding braaf het aantal stappen die ik per dag liep en rekende dat om naar kilometers. Aangezien ik de telefoon nogal eens laat slingeren klopte dat aantal zelden tot nooit. Nu kwam ik van de week de app Welltory tegen. Die 'meet' op basis van je hartslag je stress- en energie level. Een mooi moment om ook eens wat serieuzer met mijn stappen en andere activiteiten om te gaan vond ik.

Dus zijn mijn telefoon en ik sinds het begin van deze week haast onafscheidelijk zodat het aantal stappen en daarmee de afgelegde afstand redelijk klopt. Daarnaast voer ik handmatig in Apple Health het aantal trappen wat ik oploop in (op een werkdag toch al gauw zestien tot twintig trappen) en houd ik bij hoeveel water dat ik drink. En ik meet tweemaal per dag mijn hartslag. 's-morgens wanneer ik net uit bed ben en 's-avonds, net voordat ik naar bed ga. Niet eens vanwege een mogelijk stress-level. Ben je gek. Dat zal allemaal wel. Nee, ik meet het vanwege mijn energielevel. Deze app en ik hebben namelijk hetzelfde idee: Ik heb met name op de werkdagen 's-avonds beduidend meer energie dan 's-morgens. Het vervelende is alleen, kies ik er voor op werkdagen later naar bed te gaan, dan ben ik de volgende morgen helemaal een dweil. Dusssch … 

Ga ik eens rustig nadenken over wat ik kan doen om er voor te zorgen dat ik 'smorgens wat meer energie heb zodat de app mij niet adviseert om rust te nemen.. !

Hoe zit het met jouw energielevel? Is die een beetje in balans voor het leven wat je mag leiden? Of herken je onderstaand plaatje..


woensdag 20 september 2017

Soms…

Eind augustus werd Mam een beetje onverwacht opgenomen in het ziekenhuis. De symptomen waren bekend: uitdroging, open wond op de rug, algeheel gevoel van malaise maar het duurde dit keer iets langer tot de veroorzaker gevonden werd. Een bacterie. Wie wat waar is nog steeds onduidelijk maar gelukkig reageerde dat beestje wel goed op de antibiotica (hij legde keurig het loodje) en na goed anderhalve week mocht Mams weer naar huis. Wel met wat voorwaarden…

Haar medicijnen worden voortaan voorverpakt per dag/tijdstip in een zogenaamd Baxtersysteem bezorgd, Thuiszorg neemt de zorg over het toedienen van de medicijnen over van Mams en komt voortaan 4 maal daags even binnen vallen en er moest een afspraak gemaakt worden met de fysiotherapeut en een dietiste. Bij vertrek uit het ziekenhuis knikte Mams braaf maar dat kennen we.

Het bij de apotheek bevestigen van het Baxtersysteem werd mij niet in dank afgenomen. Prompt hoefde ik het weekend daarop geen boodschappen te doen. Toen kreeg ik bericht van Broer en Schoonzus. Mams was niet van plan om afspraken met de fysio (ik heb nu al geen adem) en dietiste (ik maak zelf wel uit wat ik eet) te maken. Twee dagen later belde Mams huisarts mij om te vragen of hij even bij haar aan mocht gaan en of er nog bijzonderheden waren. Ja dus. 

Via de familie-app liet ik Broer en Schoonzus weten wanneer de huisarts bij Mams zou komen. Vorige week woensdag. Die avond belde zij naar Broer om te vragen hoe het met hem ging. 'Goed', zei Broer en vroeg naar wat de huisarts had gezegd. Mams explodeerde en prompt hoefde Broer en Schoonzus dat weekend geen boodschappen te doen want het werd tijd om de diepvries leeg te maken.  Om heel eerlijk te zijn heeft zij ons daar niet mee, met het afzeggen van deze toch wel tijdrovende verplichting.

Zondagavond belde Mams ineens. Of wij van het weekend wel kwamen. Ik besloot niet op het 'wel' te reageren. Tenslotte heb ik op haar verzoek geen boodschappen gedaan. Ik zei dat ik kwam. 'En Zoon?', vroeg Mams. 'De wasmachine is stuk en de vorige keer had hij het zo gerepareerd'. Ze gaf nog wat bijzonderheden met betrekking tot de wasmachine en we namen afscheid. Ik zette haar verhaal op de familie-app. 'Waarom belt ze ons niet', vroeg Broer. 'Wij wonen veel dichter bij'. Tja. Mam is van mening dat wij allemaal een eigen taak hebben die niet door een ander gedaan kan worden en de wasmachine valt onder het aandachtsgebied van Zoon.

De rest van de avond en de volgende dag dacht ik over het wasmachineprobleem na. Er klopte iets niet. Wij hebben bijna dezelfde wasmachine en kapot is meldingscode en zwart scherm is geen stroom of definitief kapot. Ik was aan het overwegen maandag samen met Zoon even op en neer te rijden maar aarzelde even. In plaats daarvan belde ik Mams even om te vragen of er wel stroom op de wasmachine stond. 'Hoe moet ik dat nou weten?', was haar antwoord. 'Kan je dat niet even controleren?', vroeg ik en vertelde over foutcodes, zwarte schermen en consequenties. Mams zou niet weten hoe dat moest. 'Dan vraag je de thuiszorg maar', zei ik. 'Die kunnen dat niet', was haar snauwerige antwoord. Ik reageerde dat de dames van de Thuiszorg echt niet achterlijk zijn en echt wel kunnen controleren of de wasmachine aan of uit staat en of de schakelaar wel goed staat.  Mam koos eieren voor haar geld. 'Ik zal het vanavond vragen en de verpleegkundige die morgenochtend komt kan het zeker wel.' Ik sprak met haar af dat zij mij dinsdagochtend even zou bellen. Weer zette ik ons gesprek op de app. 'Ik ga dadelijk wel even kijken', zei Broer. 

Vijf minuten later ging de telefoon. Zoon nam op. 'De wasmachine doet het weer. Ik heb op wat knoppen gedrukt en alle lampjes en zo branden weer'. Zoon stuurde meteen een appje naar Broer en ik was vooral blij dat ik toch maar niet in de auto was gestapt. 

En ja, het is fijn dat ze er nog is maar soms… Zou ik haar met liefde en plezier achter het behang plakken. Vinylbehang met extra goed plakkende lijm. 

Vrijdag zal ik wel horen of ik zaterdag nog welkom ben ;-)

dinsdag 19 september 2017

Iggy's eerste

Ooit, in een grijs verleden, tijdens ons Amerikaanse avontuur, reed ik een maand of tien in een automaat. Eenmaal terug in Nederland stapte ik weer in mijn schakelbakkie en hoewel dat prima ging merkte ik aan mijn linkerbeen dat de maanden van niet koppelen hem goed hadden gedaan. Toen de aanschaf van een nieuwe auto zich aandiende ging ik dus voor een automaat. Linkerbeen blij, ik blij. Toch mistte ik bij tijd en wijlen het schakelen. Niet het stukje koppelen, want daar heeft mijn linkerbeen echt een broertje dood aan maar wel het stukje 'in de oliepot roeren'. Je kan maar een afwijking hebben. 

Iggy is dus een semi-automaat. Net als een echte automaat zitten er maar twee pedalen in die je met een voet kunt bedienen. Maar je kunt er voor kiezen om de semi-automaat (aka sjagerijnige kabouter) te gebruiken of om zelf te schakelen. Ik maak steeds vaker gebruik van die laatste optie waarbij Sjagerijnige Kabouter niet helemaal werkeloos toe mag kijken. Hij geeft middels een subtiel pijltje op het dashboard aan wanneer hij van mening is dat ik te laat ben met doorschakelen en hij wanneer de snelheid terugloopt schakelt hij terug. Een soort van best of both worlds dus. Uitzonderingen op dit gebruik zijn de momenten wanneer ik hoge hakken draag (zelden), ik een pettycoat aanheb want dan kan ik de pook nauwelijks vinden (bijna net zo zelden als hakken) of wanneer het bud-weer is. 

Vanmorgen, op weg naar het werk, reed ik zo een file in. Het optrekken, doorschakelen, gas loslaten, afremmen, doortrekken, oeps ik moet schakelen kosten mij meer energie dan mij lief was. Hortend en stotend reed ik in het gelid. Ineens hoorde ik ter hoogte van mijn kuitbeen, 'Psssst'. 'Nu niet Sjagerijn, ik moet op de weg letten'. 'Snap ik', zei Sjagerijnige Kabouter, Iggy is net haar eerste file ingereden. Maar euh… ken je die reclame van M.ercedes. Over die automaat? Hoe fijn en relaxt dat filerijden is?'. 'Ja ja, die ken ik maar…', begon ik. 'Je sukkelt met een slakkentempo over de snelweg', bromde SK. 'Even helemaal stil gaan staan is geen probleem. Dan schakel je mij in en daarna hoef je alleen nog op de weg te letten en het gaspedaal te gebruiken'.

Zo gezegd, zo gedaan. Dankzij Sjagerijnige Kabouter heeft Iggy haar eerste file met verve doorstaan en moet ik een andere naam gaan zoeken voor Sjagerijnige Kabouter. Hij mag dan wel eens wat grumpy zijn, hij heeft een hart van goud. Tijd voor een wat vriendelijkere benaming dus. Suggesties zijn welkom. 

maandag 18 september 2017

Lamme Urgh 145: Buiten in de sneeuw



Was het voor het Winterwendefeest al koud, na het feest wordt het nog kouder. Zo koud, dat alleen de  meest geharde jagers nog buiten de grot komen en uitsluitend om te kijken of er vis in de netten zit. Zo koud, dat Urgh zijn plekje bij de eerste ingang van de grot heeft verlaten en zich bij de rest van de bewoners rondom het grote vuur heeft geschaard. Tot zijn grote verdriet is het Zen nog steeds niet gelukt om zelf vuur te maken en nu iedereen zich er mee bemoeit heeft Urgh de lessen stop gezet.  Op de huiden voor de ingang van de grot liggen stenen om er voor te zorgen dat de wind er geen vat op krijgt. 

Zan en Tork zijn aan de beurt om de visnetten te controleren. Diep weggedoken in hun huiden gaan zij naar buiten waar het grijs, donker en somber is. Door de harde wind lijkt het erger te sneeuwen dan het doet. De sneeuw striemt in hun gezicht. Op hun sneeuwschoenen, met in elke hand een werpspies om houvast te krijgen, komen zij maar langzaam vooruit. Praten heeft geen zin. Hun stemmen komen nauwelijks boven de huilende wind uit. Het inademen van de koude wind doet pijn in hun keel en longen. Langzaam zwoegen zij vooruit. En vooruit. Door de dichte sneeuw is niet te zien waar de weide stopt en de rivier begint. De mannen zien elkaar niet eens, zo duister is het. Zan struikelt en valt languit voorover in de sneeuw. Heel vaag klinkt het geluid van een holenleeuw. Door de wind is niet te bepalen of het dier ver weg is of dichtbij. Moeizaam komt Zan overeind. Met zijn neus vlak bij de grond zoekt hij naar hetgeen hem heeft laten struikelen. Het is de punt van een steen. Hij veegt de sneeuw wat weg. 'Terug Tork', roept hij, 'Draai om. We zijn de visnetten al voorbij. We lopen op het ijs'. Door de sneeuwschoenen die aan zijn voetwindsels vast gevroren zitten lukt het hem niet om op te staan. Voorzichtig kruipt hij vooruit, richting de wal. 'Tork!', roept hij, maar hij krijgt geen antwoord. Weer hoort hij het geluid van een holenleeuw. Hij heeft moeite zijn ogen open te houden, zijn wimpers zijn zwaar van de sneeuw. Zijn handen voelen weer een steen. Een grotere dit keer. Voorzichtig trekt hij zich op aan de steen, gaat er op zitten. Vanuit die houding is het makkelijker om weer op te staan. De sneeuw striemt nog steeds in zijn gezicht en hij weet dat er iets niet klopt. Maar wat? De sneeuw striemt… 

Bij de oever van de rivier aangekomen ziet Tork, ondanks het vage licht, dat het controleren van de netten onbegonnen werk is. De wakken zijn dichtgevroren. De rivier is een grote ijsvlakte. 'Kom Zan', roept hij, 'We keren om'. Voorlopig was dit de laatste toch naar buiten'. Zonder op antwoord te wachten draait hij zich om en volgt, vooruit geduwd door de wind, zijn eigen, steeds vager wordende spoor terug naar de ingang van de grot. Ergens ver weg hoort hij het geluid van een holenleeuw. Dan lijkt het of hij zijn eigen naam hoort. Hij spitst zijn oren, draait zich even om. De striemende wind beneemt hem meteen de adem. Er van uitgaand dat Zan hem op de hielen zit loopt hij verder naar de grot. Zijn spoor is volledig verdwenen. Het zijn de stemmen van zijn dorpsgenoten die hem naar de ingang leiden. Het is Tak die hem bij het vuur neerzet. Het is Pon, zijn vuurpartner, de hem met kleine slokjes warme thee voert. De koorden van zijn sneeuwschoenen, voet- en handwindsels zijn bevroren. Zijn werpspiesen zitten aan zijn handwindels vast. Langzaam ontdooien zijn wimpers, kan hij zijn ogen verder open doen. Hij kijkt om zich heen. 'Waar is Zan', vraagt hij. Zijn stem kraakt. Breekt. Zijn keel doet pijn.  Zijn longen staan in brand. Net als zijn handen en voeten. Tak verdwijnt naar buiten, voorbij de huiden.

'Waar heb je Zan voor het laatst gezien?'. Het is Urgh die de vraag stelt. Tork denkt na, probeert zijn schouders op te halen. Iets wat de bevroren huiden niet toelaten. 'Ik weet het niet', fluistert hij. 'Voor of na de laatste ingang?'. Tork geeft geen antwoord. Hij weet het niet. Tak komt weer naar binnen. Zijn kleren zijn bedekt met sneeuw. 'Zoeken heeft geen zin', zegt hij somber. 'Alles is donker, onbegaanbaar'. De dorpsbewoners zijn stil. Bedrukt. Weten wat dit betekent. Ani onderdrukt een kreet. Zij moet sterk blijven voor Zen, hun zoon, het eeuwig kind. Haar ogen zoeken door het halfduister van de grot naar het gezicht van haar zoon maar vindt het niet. 'Gelukkig', denkt zij, 'Hij ligt ergens te slapen en heeft nog geen weet van de vermissing van zijn vader'.

De sneeuw striemt…. Ineens beseft Zan dat hij steeds verder van de grot weggekropen is. Dat hij, om terug naar de grot te gaan, de wind van achteren moet hebben. Hij probeert op de staan maar het lijkt of de steen hem vasthoud. 'Vast gevroren', flitst het door hem heen. 'Ik moet loskomen anders sterf ik hier op deze rots'. Hij probeert nogmaals om op te staan maar de rotst houdt hem vast. 'Warmte, ik heb warmte nodig', denk hij maar de ijzige koude heeft hem in zijn greep. 'Plas is warm', denkt hij,  laat zijn urine lopen en staat op. Dit keer lukt het hem om los te komen van de rots. Zijn kleren kraken en schuren, proberen hem in een zittende houding te dwingen. 'Lopen, blijven lopen', moedigt hij zichzelf aan. 'Wind van achteren, wind van achteren'. Langzaam, stap voor stap, terwijl zijn natte kleding aan zijn lichaam vast vriest, met de wind in de rug, loopt hij richting de grot. Loopt hij in de richting waarvan hij hoopt dat de grot ligt. De donkere en grijze wereld wordt nog donkerder. Ziet hij nu een boom? Loopt zijn pad omhoog? Ziet hij daar iets oplichten in de duisternis? Weer valt hij. Dit keer probeert hij niet eens om op te staan maar kruipt verder. Kruipt, tergend langzaam, maar net snel genoeg om niet vast te vriezen. Weer ziet hij iets van licht. Ruikt de geur van walmend hout. Probeert te schreeuwen, maar zijn keel zit dicht. Verder en verder kruipt hij. Even meent hij de stem van zijn zoon te horen. 'Ik ga naar de voorouders toe', denkt hij. 'Daarom zie ik licht, daarom ruik ik het vuur'. Hij probeert zijn hand op te tillen, maar het lukt hem niet. Langzaam zakt hij door zijn armen heen. Ligt languit op zijn buik. Legt zijn hoofd op zijn handen. 'Joli, ik kom er aan', denkt hij.  De wereld is niet langer grijs maar zwart wanneer Zan zijn bewustzijn verliest.



𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽

Ben je een nieuwe lezer van het Boek van Urgh en ben je benieuwd naar wat hier aan vooraf ging? Lees dan ook Deel 1: De lamme jagerDeel 2: De dorpswijzeDeel 3: Stemmen uit het verleden en de eerdere hoofdstukken van Deel 4

zondag 17 september 2017

Gezocht: Glazen muiltjes!

Zondagmiddag. De boodschappen zijn binnen, de verse worst bijna volledig doorbakken en over een kwartiertje zijn de appels wel moes. Ik hang even lui op de bank, voeten omhoog. Toet bekijkt mijn sokken. Mijn nieuwe sokken. Van de week gekocht. Zeven paar voor bijna niets en daar ging dan ook nog eens 25% korting van af. Een koopje dus. 

Zacht giebelend laat hij zich van het voetenbankje glijden en verdwijnt richting mijn slaapkamer om even later met een vers paar sokken terug te komen.  Hij gaat naast mijn voeten zitten, met het paar sokken op zijn schoot. 'Heb je ze al eens goed bekeken?', vraagt hij onschuldig. 'Gewoon zwarte sokken met nopjes', antwoord ik. 'Je weet, ik ben dol op nopjes'. 'Ik ook. Ik ben dol op nopjes, stippeltjes, ballen, als het maar rond is. Maar…. euh…… heb jij al eens goed gekeken waar die nopjes zitten'. 'Op mijn sokken Toet, op mijn sokken'. 'Ja maar waar op je sokken? Kijk eens goed!'. Hij grijnst nu van oor tot oor en ik kijk eens goed…

Halve zool dat ik ben… De nopjes zitten aan de onderkant. Tenzij ik muiltjes met glazen zolen koop ziet geen hond dat ik noppensokken aan heb. En natuurlijk is het Toet die dat ontdekt. '-tIs zeker wel goed dat ik een paar voor eigen gebruik uit zoek he?'. Onschuldig kijkt hij mij aan. 'Als het zonnetje niet schijnt is het best koud dus ik kan wel een nieuwe muts en sjaal gebruiken'. Aangezien ik niet weet waar ik zo snel een paar glazen muiltjes vandaan moet toveren knik ik een beetje sjagerijnig ja. 

Toet verdwijnt meteen naar mijn slaapkamer en komt terug met het roze stippen paar. 'Past mooi bij Rozi zijn velletje'. Het is even passen en meten maar dan zitten sjaal en muts naar tevredenheid. 'Kijk Rozi, ik heb nu een magische muts. Als ik de sok over mijn rechterschouder draag heb ik een zwarte muts en draag ik hem over mijn linkerschuder, dan zitten er roze nopjes op. Net zo roze als jouw velletje'. Vol bewondering kijkt Rozi toe hoe Toet's muts van kleur verandert. 'Dan is het nu tijd voor een foto!', roepen de Boyszz in koor. 'Maar wel een beetje een magische', jubelt Roze. Aangezien de appels nog even tijd nodig hebben, heb ik de Boyszz hun zin maar gegeven. ;-)



𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽𑂽

NaschriftToet is een CliniClown muisje en hier te bestellen. Rozi is een creatie van Appelig en, helaas voor jullie, One-of-a-Kind. 


zaterdag 16 september 2017

Lang geleden

Gisteren schreef ik over in een keer alle boodschappen voor de hele week doen en dat mij dat eigenlijk best wel goed bevallen is. Zo goed, dat ik vandaag al aan de slag ben gegaan met het boodschappenlijstje en bijbehorende menu voor volgende week. Ineens vraag ik mij af waarom ik dit al niet veel eerder ben gaan doen? 

Ik denk aan de opmerking van een vriendin, '… en dan ben je aan het einde van de week aangekomen en dan heb je nog steeds geen zin in die broccoli …'. Ik herken haar sentiment en even denk ik dat ik de oorzaak van het maar zelden doen van de weekboodschappen gevonden heb. Een oorzaak waar je heel simpel wat aan kunt doen… Geen broccoli (of spruiten of rode kool of…) kopen. Grijnzend om mijn eigen te simpele oplossing echoen er ineens een paar woorden door mijn hoofd. 'Ik wil aan het begin van de week niet al weten wat ik op vrijdag ga eten'. 'Ja', denk ik, 'dat ook. Door het doen van weekboodschappen is het verrassingselement verdwenen'. 

'Euh… welk verrassingselement', vraagt Me. Myself zegt niets maar grinnikt eens. 'Of ze twee, drie  of vaker in de week risotto eten', giebelt Wiebel. Ik weet dat de dames gelijk hebben. Hoewel Zoon en ik beide koken leuk vinden zijn wij beide geneigd met enige regelmaat risotto op tafel te zetten. Makkelijk, gezond, redelijk snel klaar. Wat wil een mens nog meer. 

'Waar komt die opmerking eigenlijk vandaag?', vraagt Myself. 'Ik weet dat-ie vaker voorbij komt, maar om de een of andere reden vind ik het geen opmerking voor jou. Jij bent best wel voorspelbaar'. Ik mompel de naam van de persoon die het heeft gezegd. 'Harder graag', zegt Wiebel, 'Ik begin al een beetje doof te worden'. 'Vader van Zoon', herhaal ik mijn woorden, 'Een jaar of 28 geleden'. 

'Graaf, graaf, graaf', zegt Me. 'Waar heb jij het over?', vraag ik haar. 'Ik probeer mij de spannende en gevarieerde gerechten uit die tijd voor de geest te halen', antwoord zij met een brede grijns. Ik zeg niks. 'Eens kijken', begint Myself. 'De winkels waren toen open van 8:00 tot 18:00 uur. Jij vertrok 's-morgens om half zeven en was 's-avonds om half zeven thuis, dus boodschappen deed je toen niet'. Ik zeg nog steeds niks. 'Hij werkte van acht tot acht en deed dus ook geen boodschappen', vervolgt Myself. Ik knik. 'Jullie aten gewoon elke dag iets van de afhaal', giebelt Wiebel. 'Als je het zo zegt, klinkt het niet erg gevarieerd', zeg ik, 'Maar de keuze was daar waar wij toen woonde reuze en …'.

'En je at niet altijd dezelfde Chineese hap, of dezelfde pizza, of Griekse schotel maar eigenlijk was het eten toen net zo voorspelbaar als nu, waren jullie een stuk duurder uit en over voedingswaarde, vitamines en mineralen ga ik het niet eens hebben', maakt Myself mijn zin af. 'Stom dat die zin je nog altijd achtervolgt', zegt Me. De dames knikken eensgezind en ik weet dit is weer een stukje verleden wat ik gewoon los moet laten, wat niet meer bij mij hoort. 

Volgende week eten we tweemaal risotto. De rest blijft nog even een verrassing! Voor Zoon in ieder geval. 

vrijdag 15 september 2017

Weekboodschappen!

Sinds maart van dit jaar werkt Zoon in de ploegendienst. Dat heeft zo z'n voors en tegens. Een belangrijke voor is dat ik twee van de drie weken buiten het doen van de boodschappen geen omkijken naar het koken heb. Da's hartstikke lekker. Een tegen is dat ik in de week dat hij nachtdienst heeft wel heel lang heel stil moet zijn op mijn vrije dag. Oke, ik noem het een tegen, maar het grote voordeel is wel dat ik een perfect excuus heb om wat minder te poetsen. Stel dat hij wakker wordt van de stofzuiger. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben. ;-). Dat je een kanon af kunt schieten wanneer Zoon eenmaal slaapt vergeet ik voor het gemak even. 

Een ander nadeel heeft te maken met eten tijdens de week dat hij late dienst heeft. Dan moet ik alleen eten maar ik probeer wel rekening te houden met een hongermomentje wanneer Zoon net thuis is. Meestal eet ik die week supergezond maar duur en ligt er voor hem eigenlijk alleen een vette hap klaar. Dat vraagt om meer evenwicht. Zowel qua uitgaven als qua gezond/ongezond eten. 

Tot mijn grote vreugde kan ik mededelen dat mijn idee om aan de hand van de bonusaanbiedingen van een bekende Nederlandse GrootGrutter een weekmenu samen te stellen en de boodschappen voor de hele (werk)week in een keer te halen goed heeft uitgepakt. Ik heb elke dag gezond, lekker en  goedkoop gegeten, en wanneer Zoon 's-avonds met een knaagje in zijn maagje thuis kwam kon hij zich te goed doen aan hetzelfde menu. Dat hij daar ook nog blij van is geworden (en er tijdens het etensmoment tijdens zijn dienst ook rekening mee hield) is helemaal prachtig. 

Dus… Wat mij betreft is het experiment meer dan geslaagd en heb ik enorm veel zin om te kijken of het mij voor volgende week weer lukt om op basis van de bonsuaanbiedingen een lekker en gevarieerd menu samen te stellen wat dit keer door Zoon bereid kan worden.